**1..** Het inkomen van het huishouden moet in redelijke verhouding tot de huurprijs staan. Voor de bepaling van deze verhouding hanteert het college de tabel opgenomen in bijlage I van deze verordening. Deze verhouding is niet van toepassing op de huurtoeslag als bepaald in artikel 34.
**2..** Voor woonruimte van eigenaren met wie geen convenant is afgesloten, en waarvan de huurprijs ligt beneden de huurprijsgrens zoals opgenomen in bijlage I, artikel 1, lid 2 van deze verordening, wordt bij voorrang vergunning verstrekt aan een huishouden dat volgens de in bijlage I, artikel 1 lid 2 opgenomen tabel passend is.
**3..** Voor de bepaling van het inkomen gelden de volgende regels:
als geen aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als bewijsstuk het laatste inkomstenbewijs van de werkgever(s) en/of uitkerende instantie(s) met betrekking tot het bruto inkomen;
als wel een aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd geldt het laatst bekende belastbare jaarinkomen; bewijsstuk is de daarop betrekking hebbende aanslag inkomstenbelasting;
het college kan verzoeken een zgn. IB-60 formulier over het meest recente kalenderjaar te overleggen ter controle van het inkomen;
als de aanvrager kan aantonen dat het inkomen, sinds de vaststelling hiervan volgens a) of b), is veranderd of binnen 13 weken zal veranderen, dan geldt dit actuele inkomen.
**4..** Het college is bevoegd de in de bijlage I opgenomen verhouding tussen huur en inkomen (huurquote)en overige bedragen in bijlage I jaarlijks aan te passen.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
Verhouding inkomen-huurprijs
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007