Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 19

Criteria voor de vergunningverlening

Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007

1.. Het college verleent de vergunning als naar hun oordeel het met de onttrekking, samenvoeging of omzetting gediende belang groter is dan het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad. 2.. Indien het college heeft vastgesteld dat het belang van aanvrager niet opweegt tegen het belang van het behoud of de samenstelling van de woningvoorraad, maar dat het belang door het stellen van voorwaarden en voorschriften voldoende kan worden gediend, kunnen zij de gevraagde vergunning verlenen indien de vergunningaanvrager voldoende compensatie als bedoeld in artikel 20, lid 4 of lid 5 biedt en overigens aan de door het college gestelde voorwaarden en voorschriften voldoet. 3.. Een aanvraag voor onttrekking, samenvoegen of omzetten wordt getoetst aan: de huidige bestemming van de woonruimte; de behoefte aan de te ontrekken woonruimte; het volkshuisvestingsbeleid. 4.. Een aanvraag voor een gedeeltelijke onttrekking wordt getoetst aan de verhouding tussen de grootte van de woonruimte en de omvang van het huishouden. Als bij deze vergunning de voorwaarde van tijdelijkheid en zelfbewoning conform artikel 20, lid 2 wordt opgelegd, wordt geen financiële compensatie verlangd. Hiermee wordt het tijdelijke karakter van de onttrekkingsvergunning benadrukt. 5.. a. Het college kan een tijdelijke vergunning verlenen voor onttrekking, samenvoeging of omzetting. Een tijdelijke vergunning kan worden afgegeven voor maximaal 5 jaar. Na het verstrijken van de periode, waarvoor vergunning is verleend, dient de onttrekking, de samenvoeging of omzetting weer ongedaan gemaakt te worden, tenzij een nieuwe, al dan niet tijdelijke, vergunning is verleend. 6.. Een vergunning tot samenvoegen wordt in elk geval verleend als aan één van de volgende voorwaarden is voldaan: als de samen te voegen woonruimten van zodanige kwaliteit zijn dat zij redelijkerwijs niet langer als zelfstandige woningen in de woningbehoefte kunnen voorzien (overwegingen van algemeen belang); als de behoefte aan de woonruimte die na samenvoeging ontstaat, in het kader van een evenwichtige opbouw van de woningvoorraad, groter is dan de behoefte aan de afzonderlijke woonruimten (overwegingen in het kader van herstructurering).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel