**1..** Het is verboden om in een archeologisch monument, zijnde een
monument dat als zodanig is aangegeven op de gemeentelijke
archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart, of
een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h,
de bodem dieper dan 40 cm onder de oppervlakte te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch
verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke
archeologische verwachtings- en cultuurhistorische
advieskaart, op de provinciale Archeologische
Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van
Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring
plaatsvindt:
in een gebied met lage archeologische
verwachtingswaarde en binnen een straal van 50 mtr
geen vindplaatsen zijn, of;
in een gebied met een middelhoge of hoge
archeologische verwachtingswaarde en het te
verstoren gebied kleiner is dan 2500 m2, en binnen
eenstraal van 50 mtr geen vindplaatsen zijn,
of;
in een gebied met hoge archeologische
verwachtingswaarde in een historische dorpskern en
het te verstoren gebied kleiner is dan 250 m2, en
binnen een straal van 50 mtr geen vindplaatsen
zijn.
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12,
eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
het college nadere regels stelt met betrekking tot de
uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring
van een archeologisch monument of archeologisch
verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke
archeologische verwachtings- en cultuurhistorische
advieskaart.
een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde
van het te verstoren terrein naar het oordeel van het
bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit
blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in
voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring niet
onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden aanwezig
zijn.