Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal
lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort
te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar
billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie
staat tot:
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in
artikel 3, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, tweede
volzin.