Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Definities en begrippen

Onderdeel van Parkeervoorschriften 2007

parkeervergunning: * een ontheffing van het betalen van parkeergelden op grond van de geldende Verordening Parkeerbelastingen, óf * een vergunning om te mogen parkeren op wegen waar vergunningparkeren van toepassing is, óf * een ontheffing van het gebruik van een parkeerschijf in een parkeerschijfzone kentekenvergunning: een parkeervergunning met vermelding van een kenteken bezoekersvergunning: een parkeervergunning met de tekst “BEZOEKER” werk/bezoek-vergunning: een parkeervergunning met de tekst “WERK/BEZOEK” dienstvergunning: een parkeervergunning met de tekst “DIENST” huisartsvergunning: een parkeervergunning met de tekst “HUISARTS” autodeelvergunning: vergunning om met een voertuig ten behoeve van autodelen, waarvan duidelijk zichtbaar is dat deze in eigendom of gebruik is van een autodeel-/autoverhuurbedrijf, te parkeren op een voor dit doeleinde aangewezen parkeerplaats tijdelijke vergunning: een parkeervergunning met de tekst “TIJDELIJK” leenvergunning: een parkeervergunning met de tekst “LEENVERGUNNING” bezoekerschipkaart: een chipkaart ten behoeve van het kunnen toepassen van een afwijkend tarief parkeermaatregel: fiscaal parkeren, vergunningparkeren of parkeerschijfzone parkeerperiode: periode tussen twee tijdstippen waarin een parkeermaatregel van kracht is aanvrager: bewoner, ondernemer, medische dienstverlener, nutsbedrijf of overheidsinstelling die op grond van deze parkeervoorschriften in aanmerking komt voor een parkeervergunning medisch dienstverlener: huisarts, fysiotherapeut, tandarts, verpleeg-en verzorgingstehuis, ziekenhuis, serviceflat, opvanghuis en dierenarts nutsbedrijf: (overheids)instelling die werkzaamheden verricht ten behoeve van aanleg en onderhoud van wegen, openbare ruimte en gebouwen en voorzieningen voor communicatie, water, electra en riolering.

Rechtspraak bij dit artikel