Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Voorschriften voor het gebruik van parkeervergunningen

Onderdeel van Parkeervoorschriften 2007

de parkeervergunning dient goed en volledig met de voorzijde zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig te zijn aangebracht eigenhandige wijzigingen of aanvullingen maken de parkeervergunning ongeldig kopieën van parkeervergunningen zijn niet geldig slecht leesbare parkeervergunningen zijn niet geldig parkeervergunningen zijn alleen geldig in het op de vergunning vermelde geldigheidsgebied dienstvergunningen en huisartsvergunningen zijn geldig in alle sectoren ten behoeve van de reguliere werkzaamheden van de aanvrager tijdelijke vergunningen zijn alleen geldig in het op de vergunning vermelde geldigheidsgebied ten behoeve van de bij de aanvraag opgegeven werkzaamheden parkeervergunningen mogen nimmer in eigendom of langdurig bruikleen worden overgedragen aan derden wanneer op een leenvergunning een kenteken is vermeld, is de leenvergunning uitsluiten geldig in combinatie met die vergunning gebruikers van de parkeerplaatsen ten behoeve van autodelen behoeven geen vergunning zichtbaar achter de voorruit van het motorvoertuig te plaatsen, mits het voertuig duidelijk herkenbaar is als deelauto en in eigendom is van de aangegeven autodeel-/autoverhuurbedrijf

Rechtspraak bij dit artikel