Ingeval het recht op een, in eigendom verstrekte, voorziening is ingetrokken, kan op basis daarvan
a de uitbetaalde financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget worden teruggevorderd;
b de in eigendom verstrekte voorziening worden teruggevorderd;
c alle kosten verbonden aan de toekenning en/of het gebruik van de voorziening worden teruggevorderd.