Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 7

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Wmo verordening 2013

1 Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in de artikelen 6 lid 1 en 6a van de wet, zijn volgende voorwaarden van toepassing a een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; b de omvang van het persoonsgebonden budget wordt, met uitzondering van het persoonsgebonden budget voor vergoeding van een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de Wet op de loonbelasting 1964, afgeleid van de tegenwaarde van de in de betreffende situatie te verstrekken voorziening in natura; c het persoonsgebonden budget wordt, indien noodzakelijk, aangevuld met een vergoeding voor aanvullende kosten, zoals vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe; d de wijze waarop de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe; e op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden budget gemeente Neder-Betuwe van toepassing. 2 De toekenning, omvang en looptijd van het te verstrekken persoonsgebonden budget worden in de beschikking opgenomen. 3 Bij de beschikking wordt een programma van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het de hoogte van de voorziening anders dan in natura te verwerven voorziening dient te voldoen. 4 Na het nemen van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget overgemaakt op een door de aanvrager opgegeven rekeningnummer, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan. 5 Het college gaat steekproefsgewijs na of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. De budgethouder is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Neder-Betuwe, op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. Vervolgens wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat om het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen. 6 Na ontvangst van de in lid 5 bedoelde stukken of als de gevraagde stukken door de budgethouder niet worden overgelegd wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel