Bij kruimelbedragen wordt onderscheid gemaakt tussen fraudevorderingen en
niet-verwijtbare vorderingen. Indien de uitkering is beëindigd, geldt het volgende.
Bij een niet-verwijtbare vordering ziet het college af van het nemen van een terugvorderingsbesluit indien de terug te vorderen uitkering een bedrag van € 100,-- per kalenderjaar niet te boven gaat.
Voor elke fraudevordering wordt de debiteur aangeschreven en aangemaand. Dit geldt ook voor geringe bedragen. Reageert de debiteur bij een fraudevordering lager dan
€ 50,-- ook niet op de aanmaning en komt hij binnen een jaar na de aanmaning niet terug in de uitkering, wordt van verdere invordering afgezien.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
- Kruimelbedragen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering WWB, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2013