Naar hoofdinhoud
De gemeente heeft de mogelijkheid om te beoordelen wanneer het aan eigen gedrag te verwijten is dat er geen zicht is op inkomensverbetering. Vaak wordt dit gedaan door personen aan wie een sanctie is opgelegd voor het schenden van de arbeidsplicht uit te sluiten van het recht op langdurigheidstoeslag. Er dient hierbij een causaal verband te bestaan tussen schending arbeidsplicht en inkomensverbetering. Hiervoor wordt echter ook al een maatregel opgelegd. Voor personen met een ander inkomen dan bijstand moet eveneens beoordeeld worden in hoeverre het aan eigen gedrag te wijten is dat er geen verbetering van de inkomenspositie heeft plaatsgevonden. Voor de groep die geen bijstandsuitkering ontvangt is dit vrijwel onmogelijk te beoordelen. Er zou rechtsongelijkheid kunnen ontstaan ten opzichte van personen met een uitkering voor wie die beoordeling wel plaats vindt. Personen met een bijstandsuitkering zijn al gestraft door het opleggen van een maatregel en zouden dus dubbel gestraft worden. Om rechtsongelijkheid te voorkomen en vanwege een vereenvoudigde uitvoering wordt het opleggen van een sanctie niet meegenomen in de beoordeling van het hebben van zicht op inkomensverbetering.

Rechtspraak bij dit artikel