Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
herzien dan wel intrekken van het recht op uitkering, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend;
het terugvorderen van ten onrechte verleende bijstand zoals bedoeld in de artikelen 58, tweede lid en artikel 59 van de WWB en artikel 25, tweede lid en artikel 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; en
verhaal van verleende bijstand als bedoeld in artikel 61 en 62 WWB
bruteert het college de vordering, welke zijn ontstaan door gebruik te maken van de onder b genoemde bevoegdheden, bij gebreke van niet tijdige betaling.
vestiging van zekerheidsrechten door middel van hypotheekrechten op woningen of pandrechten op woonwagens of woonschepen indien bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend zoals bedoeld in artikel 48 WWB. Voor geldleningen beneden € 5000,- wordt geen hypotheek of pand geëist.
Artikel 2
Gebruik maken van de bevoegdheid tot herziening, intrekking, terugvordering en brutering
Onderdeel van Beleidsregel Terugvordering en Invordering WWB, IOAW en IOAZ