Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5.

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening 2013

1.. In het Bestuurlijk Actieplan zoals bedoeld in artikel 3 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen. 2.. Het college kan een voorziening beëindigen indien: de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, 13 en 37 van de IOAW of 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt; indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening. 3.. Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, met inachtneming van hetgeen daarover in het Beleidskader is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; de weigeringsgronden bij het aanvragen van voorzieningen; de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; het vragen van een eigen bijdrage; overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel