**1..** In het Bestuurlijk Actieplan zoals bedoeld in artikel 3 wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** Het college kan een voorziening beëindigen indien:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, 13 en 37 van de IOAW of 13 en 37 van de IOAZ niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
indien de persoon niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
**3..** Het college kan ten aanzien van de voorzieningen, met inachtneming van hetgeen daarover in het Beleidskader is bepaald, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanvragen van voorzieningen;
de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 5.
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening 2013