**1..** Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
**2..** De leden van de raad spreken in eerste termijn van de spreekplaats en daarna van de zitplaats. De overige sprekers spreken van de spreekplaats. Sprekers richten zich tot de voorzitter. Interrupties vinden plaats vanaf de zitplaats.
**3..** De voorzitter kan bepalen dat de leden van de raad en de overige sprekers vanaf een andere plaats spreken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 22
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2010