Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 35

Mondelinge vragen

Onderdeel van Reglement van orde van de raad Goeree-Overflakkee

1.. Elke raadsvergadering kent de mogelijkheid om mondelinge vragen te stellen, tenzij de raad anders beslist. 2.. Het lid van de raad dat tijdens de raad mondelinge vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffier die dit kenbaar maakt bij de voorzitter. 3.. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde mondelinge vragen tijdens de vergadering worden gesteld. 4.. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor burgemeester en wethouders en voor de overige leden van de raad. 5.. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan burgemeester en wethouders te stellen en een toelichting daarop te geven. 6.. Na de beantwoording door burgemeester en wethouders krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. 7.. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan burgemeester en wethouders vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8.. Tijdens het stellen van mondelinge vragen kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten.

Rechtspraak bij dit artikel