Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing
indien:
de gedraging meer dan één jaar vóór
constatering van die gedraging door het college heeft
plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de
inlichtingenplicht inhoudt en alsgevolg van die
gedraging ten onrechte een uitkering is verleend;
het een eerste verwijtbare gedraging betreft die niet
heeft geleid tot het ten onrechte verlenen van of tot
een te hoog bedrag aan uitkering. Dit lid is niet van
toepassing indien sprake is van het niet of niet tijdig
inleveren van het rechtmatigheidsformulier.
Het college kan afzien van het toepassen van een verlaging
indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Omstandigheden die rechtstreeks het gevolg zijn van een als
verwijtbaar aan te merken gedraging, zijn geen dringende
redenen.
Indien het college afziet van het toepassen van een verlaging op
grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Afzien van het toepassen van een verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2012 - 2