Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Afzien van het toepassen van een verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2012 - 2

Het college ziet af van het toepassen van een verlaging indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Het college kan volstaan met een schriftelijke waarschuwing indien: de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en alsgevolg van die gedraging ten onrechte een uitkering is verleend; het een eerste verwijtbare gedraging betreft die niet heeft geleid tot het ten onrechte verlenen van of tot een te hoog bedrag aan uitkering. Dit lid is niet van toepassing indien sprake is van het niet of niet tijdig inleveren van het rechtmatigheidsformulier. Het college kan afzien van het toepassen van een verlaging indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Omstandigheden die rechtstreeks het gevolg zijn van een als verwijtbaar aan te merken gedraging, zijn geen dringende redenen. Indien het college afziet van het toepassen van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel