Het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar
de mogelijkheden tot scholing en arbeidsinschakeling, waaronder
begrepen sociale activering, gericht op
arbeidsinschakeling.
Het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van
medische aard.
Het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college
gestelde termijn nakomen van de inlichtingen en
medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 IOAW/IOAZ, als dit
heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag
ontvangen van uitkering.
Van een verlaging wordt afgezien:
zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is
ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een
aanvang heeft genomen;
zodra het recht tot strafvervolging is vervallen,
doordat het Openbaar Ministerie een schikking met
belanghebbende heeft getroffen.
Het niet naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde
maatschappelijke nuttige werkzaamheden verrichten die worden
verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet
leiden tot verdringing van de arbeidsmarkt.
Het percentage van de standaard verlaging bedraagt 30% van de
uitkering.