a. Het blijk geven van tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als
bedoeld in artikel 20 lid 1 IOAW/IOAZ en met inachtneming van
het bepaalde in artikel 20 lid 4 IOAW/IOAZ.
De uitkering wordt blijvend geweigerd tot de mate waarin de
belanghebbende inkomen zou hebben kunnen verwerven.