Gedragingen van belanghebbenden, waardoor de verplichting op grond van artikel 9, 9a, 18 en 55 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
1.Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het UWV Werkbedrijf of het niet tijdig laten verlengen van de registratie.
2. Tweede categorie:
het in de periode voorafgaand aan de bijstandsverlening en/of de periode gedurende de bijstandsverlening niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
het niet of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren;
het niet meewerken aan het gezamenlijk opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak, het persoonlijk ontwikkelingsplan, zoals bedoeld in artikel 44a WWB;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b en artikel 10 lid 1 van de wet tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen, scholing of zelfstandige participatie, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel c WWB.
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b WWB niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB;
het onvoldoende nakomen van de verplichtingen zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 WWB of artikel 55 WWB, voor zover het gaat om een persoon jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na de melding zoals bedoeld in artikel 43 lid 4 en 5 WWB;
3. Derde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening, zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 onderdeel b en artikel 10 lid 1 WWB, waaronder begrepen het niet of onvoldoende meewerken aan een gezamenlijk onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling, scholing of zelfstandige participatie, als dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of voortijdige beëindiging van het traject.