Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

hoogte van de langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Raalte 2012

1. De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar 39% van a. de norm bedoeld in artikel 20 eerste lid onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande; b. de norm bedoeld in artikel 20 tweede lid onder b van de wet, vermeerderd met de toeslag genoemd in artikel 25 tweede lid van de wet, voor een alleenstaande ouder; c. de norm bedoeld in artikel 21 eerste lid c van de wet, voor een gezin; zoals deze artikelen gelden op 1 januari van het jaar waarin de peildatum valt. 2. Indien één van de leden van een gezin op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 eerste lid van de wet wordt het recht op langdurigheidstoeslag van de overige leden van het gezin beoordeeld zonder rekening te houden met het uitgesloten gezinslid, met dien verstande dat gedragingen als bedoeld in artikel 4, tweede lid alsmede de middelen van het uitgesloten gezinslid wel in de beoordeling worden betrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel