Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 11 Recht op inzage

Artikel 11 Recht op inzage

Onderdeel van PRIVACYREGLEMENT ZORG VOOR JEUGD GRONINGEN

11.1. De betrokkene en/of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger richt zijn of haar schriftelijk verzoek om inzage aan de Beheerder ZvJG. 11.2. Voordat aan het verzoek voldaan kan worden, dient verzoeker zich ter vaststelling van zijn identiteit te legitimeren. Als legitimatiebewijs worden uitsluitend geaccepteerd de in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht genoemde documenten. 11.3. De Beheerder beantwoordt het verzoek zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek. De Beheerder kan in het belang van de betrokkene het verzoek in een andere dan schriftelijke vorm beantwoorden. 11.4. Indien de Beheerder beslist om niet of niet geheel aan het verzoek te voldoen, bericht de Beheerder dit zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk aan de Betrokkene en/of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger. De Beheerder motiveert deze beslissing en geeft tevens aan op welke wijze Betrokkene tegen de beslissing in kan gaan. 11.5. Het antwoord omvat in elk geval een overzicht met informatie over: het doel of de doeleinden van de aanpak van de betrokkene; de gegevens en categorieën van gegevens die worden vastgelegd; de ontvangers of categorieën van ontvangers van de gegevens; de herkomst van de gegevens; indien de verzoeker dat wenst, informatie over de (elektronische) systematiek van de geautomatiseerde gegevensverwerking; de gegevens van de organisatie die een melding heeft gedaan wordt verstrekt. De naam van de melder wordt niet vrijgegeven voor inzage. 11.6. De Beheerder kan slechts weigeren aan een verzoek om inzage te voldoen, indien en voor zover dit noodzakelijk is in verband met: de veiligheid van de staat; de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten; gewichtige economische en financiële belangen van de staat en andere openbare lichamen; het toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften die zijn gesteld ten behoeve van de belangen, bedoeld onder b en c; de bescherming van Betrokkene en Deelnemers of van de rechten en vrijheden van anderen.

Rechtspraak bij dit artikel