Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanvraaggronden

Onderdeel van Beleidsregels ontheffingen artikel 87 RVV 1990 Schiedam 2013

Slechts als het voor de uitvoering van werkzaamheden of activiteiten noodzakelijk is dat met het voertuig verkeersregels en tekens van het RVV 1990 moeten worden overtreden, verleent het college ontheffing van artikelen binnen artikel 87 RVV. Voormeld noodzakelijkheidscriterium is nader uitgewerkt in het tweede en derde lid. De navolgende omstandigheden kunnen reden zijn om een ontheffing te verlenen: De werkzaamheden van de ontheffingaanvrager hebben een zo spoedeisend karakter dat indien men niet onmiddellijk in de naaste omgeving van de uit te voeren werkzaamheden kan parkeren onevenredige schade zou kunnen ontstaan. Bij directe verbondenheid van het voertuig aan de uit te voeren werkzaamheden. In het voertuig waarvoor ontheffing is aangevraagd is apparatuur aangebracht die vast met het voertuig is verbonden en die in de directe omgeving van de uit te voeren werkzaamheden beschikbaar moet zijn. Te overbruggen afstand voor levering zware en/of onhandelbare en/of bederfelijke materialen of goederen. De afstand die in het kader van de werkzaamheden met deze materialen moet worden overbrugd, is zodanig dat in redelijkheid niet verlangd kan worden dat dit zonder gebruikmaking van het voertuig plaatsvindt. Uitvoering overheidstaken, handhaving en toezicht. Verhuizingen. Trouwerijen op de locaties Oude stadhuis (grote Markt) en Jenevermuseum (Lange Haven)(maximaal voor twee voertuigen, zijnde trouwauto plus 1 volgauto); De navolgende specifieke doelgroep komt voor een ontheffing in aanmerking: Volkstuinbezitters in het bezit van een gehandicapten kaart (bestuurders- of passagiers gehandicapten kaart) en hun bezoekers die in het bezit zijn van een gehandicapten kaart (bestuurders- of passagiers gehandicapten kaart; Navolgende omstandigheden zijn in elk geval geen reden om ontheffing te verlenen: om redenen van een efficiënte bedrijfsvoering; het vereenvoudigen van werkzaamheden ten behoeve van derden; het verkorten van routes van en naar plaatsen van tewerkstelling; het uitvoeren van werkzaamheden die op een andere wijze kunnen worden gedaan, zonder dat de regelgeving van het RVV 1990 behoeft te worden overtreden. Bij een beroep op bijzondere omstandigheden kan het college afwijken van bovenstaande aanvraaggronden. Bij een beroep op deze bijzondere omstandigheden wordt de aanvraag tenminste getoetst op de volgende criteria: er ontbreekt een adequaat alternatief; de belangen van de aanvrager zijn niet in strijd met de belangen van doorstroming, verkeersveiligheid; wanneer de ontheffing wordt verstrekt ontstaat geen ongewenste precedentwerking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel