Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12:1:2:0

Samenstelling

Onderdeel van CAR/UWO

Uiterlijk 1 februari van elk jaar doet elke organisatie, bedoeld in artikel 12:1:1:0, derde lid, aan het college opgaaf van: het aantal der op 1 januari van dat jaar bij haar aangesloten ambtenaren; de namen en adressen van de ambtenaren, die ingevolge artikel 12:1:1:0, derde lid, als leden en plaatsvervangers zijn aangewezen. Degene, die als lid of plaatsvervanger door een organisatie is aangewezen, houdt op dit te zijn zodra hij geen lid van de organisatie of geen ambtenaar meer is, alsmede indien de organisatie schriftelijk aan het college doet weten dat zijn aanwijzing als vertegenwoordiger of plaatsvervanger is ingetrokken. In deze gevallen wordt zo spoedig mogelijk een opvolger aangewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel