Het college kan bepalen, dat met inachtneming van door het college
te stellen regelen over de ambtenaar periodiek een beoordeling wordt
uitgebracht omtrent de wijze waarop hij zijn betrekking vervult en
omtrent zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die
betrekking.
De ambtenaar wordt omtrent de over hem uitgebrachte beoordeling
ingelicht, desverlangd schriftelijk. De ambtenaar is desgevorderd
verplicht schriftelijk te verklaren, dat hij omtrent de beoordeling
is ingelicht en hij is bevoegd zijn bedenkingen tegen die
beoordeling aan het college kenbaar te maken.
Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt met de
ambtenaar zijn gedrag besproken tijdens de uitoefening van zijn
betrekking of de wijze waarop hij zijn betrekking vervult, voorzover
deze aanleiding geven tot aanmerkingen, waarbij tevens aandacht
wordt geschonken aan de wijze waarop het gedrag of de wijze waarop
hij zijn betrekking vervult naar het oordeel van het college of van
het hoofd van dienst verbeterd kunnen worden.