Bij de regeling van de werktijd en haar toepassing wordt zoveel
mogelijk gezorgd, dat de ambtenaar op zondag en de voor hem geldende
kerkelijke feestdagen zijn kerk kan bezoeken en dat hij in zijn
zondagsrust zo weinig mogelijk wordt beperkt.
Een afwijking van de regeling van de werktijd, bedoeld in artikel
4:2, tweede lid, onder a, is voor wat betreft de zondag slechts
mogelijk voor ten hoogste 26 zondagen per jaar.
Hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van arbeid op
zondag is bepaald, geldt mede voor het verrichten van arbeid op de
nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, de tweede Paasdag, de Hemelvaartsdag,
de tweede Pinksterdag, de beide Kerstdagen en de dag waarop de
verjaardag van de koningin wordt gevierd.
Voorzover het dienstbelang niet anders vereist, geldt,
hetgeen in dit artikel ten aanzien van het verrichten van
arbeid op zondag is bepaald, ook voor kerkelijke of
nationale, landelijke, regionale of plaatselijke erkende
feest- of gedenkdagen die door het college zijn aangewezen
als dagen, waarop de openbare dienst van de gemeente is
gesloten.
Indien de ambtenaar op een dag bedoeld onder a binnen de
voor hem vastgestelde werktijden dienst moet verrichten, dan
wel volgens rooster vrij van dienst is, wordt voor die
gewerkte uren, respectievelijk roostervrije uren, verlof
verleend op een andere dag.
Het bepaalde in dit artikel vindt voor hem die tot een
kerkgenootschap behoort dat de wekelijkse rustdag op de sabbat of de
zevende dag viert, overeenkomstige toepassing indien hij een daartoe
strekkend verzoek heeft ingediend.
Onder roostervrije tijd wordt verstaan de in het kader van de
regeling van de werktijd door het college aangewezen werkdagen of
delen daarvan, waarop door de ambtenaar, in beginsel geen arbeid
behoeft te worden verricht.