Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten wordt aan
de ambtenaar door het college verlof met behoud van bezoldiging
verleend:
bij overlijden van echtgenoot of geregistreerd partner,
ouders, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen,
pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen: vier
werkdagen; van bloed- en aanverwanten in de tweede graad:
twee werkdagen en van de echtgenoot en van de echtgenote of
geregistreerd partner van schoonzuster of zwager één
werkdag, tenzij de ambtenaar is belast, met de regeling der
begrafenis of (en) nalatenschap, in welk geval verlof voor
ten hoogste vier werkdagen wordt verleend. Dit verlof dient
binnen een periode van zeven kalenderdagen te worden
opgenomen;
na de bevalling van de echtgenote of geregistreerd partner,
de persoon met wie hij ongehuwd samenwoont of degene van wie
hij het kind erkent, maximaal voor 2 dagen waarop gewoonlijk
arbeid wordt verricht. Dit kraamverlof wordt opgenomen
binnen een tijdvak van vier weken te rekenen vanaf de eerste
dag na de geboorte van het kind;
bij ernstige ziekte van echtgenoot of geregistreerd partner,
ouder, pleegouders, stiefouders, schoonouders, kinderen,
pleegkinderen, stief- en aangehuwde kinderen;
op de dag dat het huwelijk of geregistreerd partnerschap van
de ambtenaar wordt voltrokken.
Behoudens in dringende gevallen moet het verlof tenminste 24 uren
tevoren worden aangevraagd bij het college. Indien de ambtenaar die
niet vooraf een aanvraag daartoe heeft gedaan ten genoegen van het
college kan aantonen dat hij daartoe geen gelegenheid heeft gehad en
dat er voor zijn afwezigheid gegronde redenen bestonden, wordt deze
geacht verlof met behoud van bezoldiging te hebben genoten.