De ambtenaar die gedurende het ouderschapsverlof of binnen zes
maanden nadat hij betaald ouderschapsverlof op grond van deze
regeling heeft genoten ontslag wordt verleend op grond van artikel
8:1, eerste lid, of artikel 8:13, is verplicht de bezoldiging die
hij op grond van artikel 6:5 heeft genoten, terug te betalen.
Geen terugbetalingsverplichting ontstaat indien het ontslag als
bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, het gevolg is van het aanvaarden
van een betrekking bij een andere gemeente en evenmin indien de
betrokkene aanspraak heeft op een uitkering krachtens de
Werkloosheidswet, vanwege werkloosheid, die is ontstaan doordat de
ambtenaar ontslag heeft gevraagd omdat hij de echtgenoot of
geregistreerde partner volgt, die door geheel buiten hem liggende
oorzaken noodzakelijk van standplaats moet wijzigen.
De ambtenaar die gedurende het ouderschapsverlof of binnen zes
maanden nadat hij betaald ouderschapsverlof op grond van deze
regeling heeft genoten op eigen verzoek een betrekking aanvaardt
voor minder uren dan hij direct voorafgaande aan het
ouderschapsverlof vervulde, dient de bezoldiging die hij op grond
van artikel 6:5 heeft genoten over de uren waarmee zijn aanstelling
wordt verminderd, terug te betalen.