In deze verordening wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas zowel
levend als afgestorven met een stamomtrek van minimaal
30 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het
maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
dwarsdoorsnede van de dikste stam;
houtopstand: één of meer bomen of
boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk
onderdeel uitmakend van een groenstructuur of
boomgebied;
vellen: rooien; kappen; verplanten,
vernielen; het snoeien van meer dan 25 procent van de
kroon of het wortelgestel, met inbegrip van
kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel
boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige
beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand
ten gevolge kunnen hebben. Ook het fors wijzigen van de
groeiplaats van een boom waardoor de wortelfunctie en
dus te veel wortelcapaciteit verloren gaat;
fruitbomen: bomen die aantoonbaar in
hoofdzaak uit economische motieven omwillevan de
vruchten worden geteeld;
dunning: velling ter bevordering van
het voortbestaan van de houtopstand. Met uitzondering
van bomen met een omtrek groter dan 120 centimeter,
gemeten met schors op een hoogte van 130 centimeter
boven het maaiveld;
knotten/kandelaberen:
het tot de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen
takhoutbij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen
als periodiek noodzakelijk onderhoud.
bebouwde kom Boswet: de bebouwde kom Boswet
van de gemeente, vastgesteldingevolge artikel 1, vijfde lid, van
de Boswet;
perceel: een bebouwd perceel met erf
en tuin dat een eenheid vormt;
iepziekte: de aantasting van iepen
door de schimmel Ophistoma ulmi (Buism.) Nannf.(syn.
Ceratocystis ulmi (Buism.) C.Moreau)
iepenspintkever: het insect in elk
ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus
scotylus (F.) Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus
pygmaeus;
rechthebbende: degene die krachtens
eigendom of beperkt recht of krachtens
publiekrechtelijke bevoegdheid, dan wel uit andere
hoofde gerechtigd is over de houtopstand te
beschikken;
boomwaarde: de monetaire waarde van
een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente
richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van
Bomen;
Bomen Effect Analyse: een standaard
deskundige beoordeling van de gevolgen van voorgenomen
bouw of aanleg voor een boom of bomen;
bevoegd gezag: bevoegd gezag als
bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
Groene Kaart: topografische kaart met
daarop aangegeven de bijzondere bomen (met bijbehorende
lijst), groenstructuren en boomgebieden gecategoriseerd
naar beschermingsorde;
Lijst bijzondere bomen: een lijst
waarin herinneringsbomen, waardevolle of monumentale
bomen zijn opgenomen welke door de bijzondere status
beschermd worden.