Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:3

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2013

1.. De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 (subsidieplafond) en artikel 4:35 (weigeringsgronden) Awb genoemde gevallen worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de instelling niet gericht zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; de gevraagde subsidie niet past binnen de door de raad vastgestelde beleidskaders en financiële kaders, en/of binnen vastgestelde nadere regels; de verlening van subsidie niet of in onvoldoende mate zal worden besteed voor het doel waarvoor de subsidie benodigd wordt geacht en beschikbaar wordt gesteld; de verlening van subsidie niet doelmatig en doeltreffend zal worden besteed; de in een eerder subsidiejaar verleende subsidie niet of niet in hoofdzaak is besteed aan de activiteiten waarvoor deze bestemd was; de instelling doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverlening over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; het verlenen van de subsidie in strijd is met de Europese regels inzake staatssteun. 2.. Geen subsidie wordt verleend, indien doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de instelling dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of welke grond dan ook. 3.. Geen subsidie wordt verleend: indien het gebouw waarin de activiteit plaatsvindt niet rookvrij is; indien het gebouw, waarin de activiteit plaatsvindt, niet rolstoeltoegankelijk is; indien in het gebouw, waarin de activiteit plaatsvindt, de instelling mede inkomstenverkrijgt door verkoop van alcoholhoudende dranken aan publiek dat de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt; indien in het gebouw, waarin de activiteit plaatsvindt, sprake is van verkoop dan wel gebruikvan verdovende middelen in de zin van de Opiumwet. 4.. Het college kan subsidies weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). 5.. Geen subsidie wordt verleend na het onverrichterzake verstrijken van de hersteltermijn als bedoeld in artikel 2:2 lid 5, dit mede conform artikel 2:1 lid 4. 6.. Naast de in lid 1 genoemde (algemene) weigeringsgronden kan het college ook op andere gronden een subsidieaanvraag weigeren, voor zover hierin door een nadere regel wordt voorzien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel