Het dagelijks bestuur ziet af van het toepassen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt of;
de gedraging meer dan twee jaar vóór constatering van die gedraging door het dagelijks Bestuur heeft plaatsgevonden.
Het dagelijks bestuur kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. Indien het dagelijks bestuur afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1
Artikel 4
Afzien van verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand