Ten aanzien van de ambtenaren, bedoeld in artikel 6:2:1:1, werkzaam in de binnendienst, geldt voor de berekening van de duur van het vakantieverlof als:
7,2 uren: de maandag, de dinsdag en de donderdag;
8,7 uren: de woensdag inclusief de woensdagavond;
5,1 uren: de woensdagmiddag inclusief de woensdagavond;
3,6 uren: de vrijdag
1,5 uren: de woensdagavond
Het in lid 1 bepaalde geldt voorzover en voor zolang de vigerende werktijdenregeling van kracht is.
Van het bepaalde in lid 1 kan worden afgeweken ten aanzien van de binnendienstambtenaren, die in incidentele gevallen mede werkzaamheden in de buitendienst verrichten en daardoor van de voor eerstgenoemde categorie algemeen geldende werktijden moeten afwijken, zulks ter beoordeling van het gezag, dat tot het verlenen van verlof bevoegd is.