Aan een ambtenaar die op het maximum van de voor hem geldende salarisschaal zit, kan een persoonlijke toelage als bedoeld in artikel 3:7:8 van de CAR/UWO worden toegekend.
De in het eerste lid bedoelde toelage bedraagt maximaal het verschil tussen het maximum salarisbedrag van de schaal en het maximum salarisbedrag van de naastgelegen hogere schaal.
De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend voor een periode van twee jaar.
Telkens op basis van een beoordeling wordt besloten of de persoonlijke toelage opnieuw voor een periode van twee jaar wordt toegekend.
De in het eerste lid bedoelde toelage kan worden ingetrokken, indien de gronden waarop de toelage werd toegekend niet meer aanwezig zijn.
Indien de ambtenaar aan wie een toelage als bedoeld in het eerste lid is toegekend, wordt geplaatst in een hogere schaal, wordt met ingang van de datum van de plaatsing de toelage ingetrokken, met dien verstande dat het salaris niet minder bedraagt dan het salaris in de oude schaal aangevuld met de persoonlijke toelage.