Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Opeisbaarheid

Onderdeel van Bouwkredietregeling ambtenaren 1999

De lening is met de verschuldigde rente en eventuele andere kosten terstond opeisbaar indien: de aanvrager de dienst van de gemeente Zevenaar verlaat en niet opnieuw in een betrekking in vaste dienst in deze gemeente wordt benoemd, anders dan met toekenning van een uitkering op basis van de voor ambtenaren geldende rechtspositieregelingen en/of arbeidsvoorwaardenregelingen ten laste van de gemeente Zevenaar of het ABP; een van bovengenoemde uitkeringen eindigt; aanvrager overlijdt zonder een weduwe/weduwnaar na te laten; de weduwe/weduwnaar overlijdt of geen uitkering meer ontvangt als bedoeld onder a.; wanneer de weduwe/weduwnaar van de ambtenaar hertrouwt; de maandelijkse of jaarlijkse rente en/of aflossing niet tijdig worden betaald; enig uit hoofde van het verstrekken van de lening rustende verplichting niet wordt nagekomen; de aanvrager van rechtswege het beheer over zijn vermogen verliest, onder curatele wordt gesteld, surséance van betaling aanvraagt, boedelafstand doet of in staat van faillissement wordt verklaard; het onroerend goed door derden in beslag genomen wordt of wordt vervreemd, onteigening inbegrepen; aanvrager of de weduwe van de aanvrager de woning niet meer voor eigen bewoning gebruikt. Indien in dit artikel wordt gesproken over weduwe/weduwnaar wordt hier ook onder verstaan de partner van de overleden aanvrager van ongehuwd samenwonenden, waarbij sprake is van een samenlevingscontract, alsmede van het geregistreerde partnerschap. Bij ontslag zonder recht op toekenning op een uitkering als bedoeld in lid 1, sub a dient de restantschuld inclusief rente uiterlijk een jaar na de officiële ontslagdatum volledig te zijn afgelost.

Rechtspraak bij dit artikel