Het bedrag van de geldlening zal – met inachtneming van het bepaalde in artikel 7 – ten hoogste bedragen:
100% van de redelijk te achten stichtingskosten, verminderd met een eventuele overheidsbijdrage en vermeerderd met de op de hypotheekverlening vallende kosten echter tot een maximum van 12%;
100% van de aankoopkosten van een bestaande woning, eventueel na verbouwing, verminderd met een eventuele overheidsbijdrage en vermeerderd met de op de hypotheekverlening vallende kosten, echter tot een maximum van 12%;
100% van de verbouwings- of verbeteringskosten, verminderd met een eventuele overheidsbijdrage en vermeerderd met de op de hypotheekverlening vallende kosten, echter tot een maximum van 12%;
het benodigde bedrag voor de herfinanciëring van het op de woning van de ambtenaar gevestigde schuldrestant van een bestaande hypothecaire geldlening, die niet bij de gemeente is gesloten, vermeerderd met de verschuldigde boeterente en met de op de hypotheekverlening vallende kosten, echter tot een maximum van 12%.
Verzoeken om toekenning van een lening moeten worden ingediend bij burgemeester en wethouders. Indien het bedrag van de lening uitstijgt boven de laatst vastgestelde WOZ-waarde van de woning, dan dient een door een extern taxateur opgemaakt rapport te worden overgelegd.