Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Het functieprofiel

Onderdeel van Procedureregeling functiewaardering 2012

De Algemeen Directeur is (eind) verantwoordelijk en stelt de functieprofielen vast. Het functieprofiel van de functies Algemeen Directeur en Griffier wordt vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders. Het (staf)afdelingshoofd stelt het concept-functieprofiel op door middel van het indelen in een functiefamilie en een bandbreedte, eventueel aangevuld met maximaal drie aanvullende taken. P&O heeft hierbij een faciliterende, toetsende en signalerende rol en draagt mede zorg voor de consistentie. Voor de uitvoering van deze regeling heeft de brandweercommandant ten aanzien van de betreffende medewerkers dezelfde rol als het afdelingshoofd bij de overige afdelingen. Het afdelingshoofd bespreekt met de medewerker de indeling in functiefamilie/bandbreedte en eventuele aanvulling(en). Zonodig past het afdelingshoofd naar aanleiding van dit gesprek de indeling c.q. aanvulling(en) aan. Het door het afdelingshoofd opgestelde functieprofiel wordt aangeboden aan het hoofd BMO. Binnen twee werkweken na ontvangst van het profiel zal deze functionaris, indien er sprake is van concernbrede afwijkingen, deze schriftelijk onderbouwd, voorleggen aan de Algemeen Directeur. De Algemeen Directeur zal binnen twee werkweken – eventueel na tussentijds overleg met het betreffende afdelingshoofd – het profiel vaststellen. De vaststelling en toekenning van het functieprofiel wordt schriftelijk meegedeeld aan de betreffende medewerker. Het betreffende afdelingshoofd en P&O ontvangen een afschrift.

Rechtspraak bij dit artikel