Tenzij een andere opdracht is gegeven, behoort een dienstreis via de meest
gebruikelijke/kortste route te worden gemaakt.
De standplaats wordt door het bevoegde gezag als begin- en eindpunt aangemerkt.
Het aantal kilometers wordt naar boven afgerond tot het naast hogere gehele
getal.
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan de woning van de medewerker
of een andere plaats als beginpunt respectievelijk eindpunt van de dienstreis
worden aangemerkt, mits aannemelijk kan worden gemaakt dat de reisafstand
dan korter is.