Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › Paragraaf

Artikel 16

Verstoren orde in haven

Onderdeel van Verordening op het gebruik van de openbare havens en binnenwateren

1.. Het is verboden de goede orde in de haven te verstoren, onder meer door: het veroorzaken van geluidhinder, in welke vorm ook, b.v. door het onnodig en luid in werking hebben van motoren (ook motoren van lichtaggregaten, bromfietsen, motorfietsen en auto's) van radiotoestellen, grammofoons, TV's, bandrecorders, luidsprekers, misthoorns etc.; het slaan of klapperen van vallen en lijnen van vaartuigen; op enigerlei wijze de rust in de haven te verstoren tussen 22.00 uur 's-avonds en 07.00 uur 's-morgens; het verontreinigen van het terrein, het water, de gebouwen, de steigers en andere werken door vuilnis, olie, chemicaliën, bilgewater, etc.; het gebruik van een boordtoilet of het anderszins storten van fecaliën in de haven; het onvoorzichtig omgaan met vuur, daaronder begrepen het aan te water liggende schepen uitvoeren van werkzaamheden, waarbij hoge temperaturen ontstaan, alsmede het onvoorzichtig omgaan met benzine, gas of andere ontvlambare stoffen; het laten proefdraaien van boordmotoren met ingeschakelde schroef. 2.. Het is voorts verboden: aan steigers of palen te spijkeren of andere voorziening te maken waarvoor geen toestemming is verleend door de havenmeester; vuilniszakken of andere zaken, zoals dozen, kisten etc. in de buurt van aanlegplaatsen etc. op te slaan; Vuilnis dient door gebruikers van de jachthaven in de daarvoor bestemde containers te worden gedeponeerd; aanlegtouwen etc. over het loopvlak der steigers of voetpaden te bevestigen; in groensingels te snoeien.

Rechtspraak bij dit artikel