**1..** Het is de gezagvoerder verboden met zijn vaartuig te liggen, te laden of te lossen in wateren, anders dan aan de daartoe bestemde meergelegenheid.
**2..** De gezagvoerder is verplicht ervoor te zorgen dat de landvasten van zijn vaartuig zodanig zijn aangebracht, dat aan andere vaartuigen bij de doorvaart van bruggen of van de gebruikelijke vaarweg, geen hinder kan worden veroorzaakt.
**3..** Het bepaalde in het tweede lid geldt niet, indien de gezagvoerder het vaartuig zonder oponthoud aan het verhalen is en de landvasten onmiddellijk zodanig kunnen worden gevierd, dat andere vaartuigen ongehinderd kunnen passeren.
**4..** De gezagvoerder is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn vaartuig, zolang het een ligplaats inneemt, deugdelijk is vastgemaakt.
**5..** Het vastmaken mag niet geschieden anders dan aan de daartoe bestemde middelen of aan vaartuigen welke aan zodanige middelen zijn vastgemaakt.
Hoofdstuk II › Paragraaf
Artikel 27
Meervoorschriften
Onderdeel van Verordening op het gebruik van de openbare havens en binnenwateren