**1..** De gezagvoerder van een vaartuig, dat een vaartuig langszijde heeft en een ander vaartuig langs die zijde behoeft, mag het langszijde liggende vaartuig afschoren;
de gezagvoerder van het langszijde liggende vaartuig moet daartoe gelegenheid geven door zijn trossen en kettingen te vieren.
**2..** Indien een gezagvoerder met zijn vaartuig wil vertrekken, terwijl één of meer vaartuigen tegen dit vaartuig zijn gemeerd, zijn de gezagvoerders van laatstgenoemde vaartuigen, tenzij zulks tengevolge van bijzondere omstandigheden niet uitvoerbaar is, verplicht het vaartuig, dat moet vertrekken, in de gelegenheid te stellen zulks te doen.
Hoofdstuk II › Paragraaf
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Verordening op het gebruik van de openbare havens en binnenwateren