Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Bomenverordening Delft 2013

In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, opgaand gewas zowel levend als afgestorven, met een diameter van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg. beschermde houtopstand: bijzondere beschermwaardige houtopstand met een bijzondere leeftijd, schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie voor de omgeving en daarom is opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 12 van deze verordening. vellen: rooien; kappen; verplanten; het ingrijpend snoeien van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of de ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. boomwaarde: de waarde van een boom, uitgedrukt in geld, zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet. dunning: een selectieve velling die dient als onderhoudsmaatregel ter bevordering van de overblijvende houtopstand en/of onderbeplanting. gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. herplantfonds: fonds waar gelden in worden gestort ten gevolge van een opgelegde financiële herplantplicht ex artikel 10, lid 3 en 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel