Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks voor 1 maart een
ontwerp-begroting met de daarbij behorende toelichting op voor
het daarop volgende jaar.
De ontwerp-begroting wordt zes weken voordat zij aan het
algemeen bestuur wordt aangeboden, toegezonden aan de raden van
de deelnemende gemeenten; artikel 190, lid 2 en 3 van de
Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De raden van de
deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun
zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het
dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is
vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen
bestuur wordt aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli
van het jaar voorafgaande aan het jaar, waarvoor de begroting
moet dienen.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na
vaststelling doch in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde
staten en, zo nodig, aan de raden van de deelnemende gemeenten,
die terzake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren
kunnen brengen.
Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is het bepaalde
in het tweede en vierde lid van dit artikel van overeenkomstige
toepassing.
Van het bepaalde in het vijfde lid kan worden afgeweken ten
aanzien van begrotingswijzigingen die
het totaalbedrag van een begrotingsprogramma niet
aantasten;
geen afwijking inhouden van het te voeren algemeen en
financieel beleid.
Jaarrekening
Hoofdstuk
Artikel 23
– Begroting
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP BUSINESSPARK VENLO