De regeling wordt aangegaan voor een periode van twintig jaar.
De regeling kan tussentijds worden beëindigd dan wel voor een
bepaalde periode worden verlengd krachtens een gezamenlijk
besluit daartoe van de deelnemende gemeenten.
Indien de deelnemende gemeenten hebben besloten tot
beëindiging, besluit het algemeen bestuur tot ontbinding en
vereffening. Het algemeen bestuur stelt alsdan een
liquidatieplan op, dat voorziet in de verplichting van de
deelnemende gemeenten tot deelneming in de financiële en
personele gevolgen van de opheffing van de regeling op de wijze
en volgens de regelen als in de Wet gemeenschappelijke
regelingen voorzien en met inachtneming van hetgeen hiervoor in
artikel 26 is bepaald. De organen van de regeling blijven in
functie zolang dat voor de liquidatie is vereist. Het
liquidatieplan behoeft de instemming van de raden van de
deelnemende gemeenten.
Een deelnemende gemeente kan besluiten tot uittreding uit het
bedrijvenschap door middel van een schriftelijke mededeling van
dit besluit aan de secretaris van het bedrijvenschap. Daarbij
wordt een termijn van tenminste een jaar in acht genomen.
Uittreding kan slechts plaatsvinden bij het einde van een
kalenderjaar.
Bij uittreding van een deelnemende gemeente stelt het dagelijks
bestuur in overleg met de uittredende gemeente een tussentijdse
afrekening op met inachtneming van de navolgende
uitgangspunten.
De geldende grondexploitatiebegroting wordt per datum
van uittreden geactualiseerd en zo nodig aangepast.
Wanneer het geprognosticeerd resultaat van de
geactualiseerde exploitatiebegroting een nadelig saldo
is, zal de uittredende gemeente het haar op basis van de
risicoverdeling van artikel 26 toe te rekenen aandeel in
dit nadelig saldo aan het bedrijvenschap vergoeden,
contant gemaakt per datum van uittreden.
Wanneer het geprognosticeerde resultaat van de
geactualiseerde exploitatiebegroting een batig saldo is,
wordt de contante waarde daarvan per datum van uittreden
bepaald, zijnde het geprognosticeerde batig saldo per
datum van uittreden. Aan de uittredende gemeente komt
alsdan toe haar op basis van de risicoverdeling van
artikel 26 toe te rekenen aandeel in het
geprognosticeerd batig saldo, voorzover dat per datum
van uittreden is gerealiseerd. Uitkering van batige
saldi aan de deelnemende gemeenten vindt niet eerder
plaats dan wanneer het bedrijvenschap is voltooid en de
grondexploitatie afgesloten, tenzij het algemeen bestuur
anders mocht besluiten.
Onder gerealiseerd batig saldo per datum van uittreden
wordt verstaan een percentage van het geprognosticeerd
batig saldo, dat gelijk is aan het percentage van de
totale oppervlakte van de door het bedrijvenschap uit te
geven netto bedrijfsterrein, dat per datum van uittreden
is uitgegeven. Bedrijfsterrein geldt als uitgegeven,
indien terzake over en weer onvoorwaardelijke
verplichtingen zijn aangegaan.
Indien het dagelijks bestuur met de uittredende
gemeente overeenstemming bereikt over de tussentijdse
afrekening, dan wordt deze ter vaststelling voorgelegd
aan het algemeen bestuur. Indien geen overeenstemming
kan worden bereikt, dan is het bepaalde in artikel 29
van toepassing.
Geschillen over een liquidatieplan als bedoeld onder 31.2 c.q.
een afrekening als bedoeld onder 31.4 worden beslecht
overeenkomstig artikel 29.
Hoofdstuk
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BEDRIJVENSCHAP BUSINESSPARK VENLO