Met de detailhandelsnota is door het college van B&W vastgesteld dat we uitgaan van complete, compacte en comfortabele winkelcentra op elk niveau. Behalve voor de winkels wil het college deze uitgangspunten ook hanteren voor de standplaatsen bij de winkelcentra en PDV(Perifere Detailhandelsvestigings)-locaties. Onder PDV-locaties worden in dit beleid de gebieden Hoogstad en het Deltagebied (tussen Gamma en Praxis) verstaan.
Vanuit het uitgangspunt ‘compleet’ kunnen de standplaatsen een aanvulling zijn op het aanbod aan basis levensmiddelenspeciaalzaken. Standplaatsen kunnen verder zorgen voor een aantrekkelijke entree of looproute van en naar een (winkel)gebied. Vanuit ‘compact’ wordt gestreefd om de standplaatsen, winkels en andere voorzieningen zo dicht mogelijk bij elkaar te situeren om zo een optimale wisseling van koopkracht te garanderen. ‘Comfortabel’ zodat de omgeving waar de standplaatsen staan afgestemd is op de winkelfunctie. Daarnaast is door het college in de detailhandelsnota vastgesteld dat in relatie tot de (bestaande) detailhandel en standplaatsen het van belang is dat ongewenste situaties op het gebied van openbare orde, verkeersveiligheid en uiterlijk aanzien van de omgeving moeten worden voorkomen, dat standplaatsen die het karakter van een gebied negatief kunnen beïnvloeden ongewenst zijn, het gewenst is dat standplaatsen in de looproute van en naar het winkelcentrum liggen (dan wel een maximum aantal en nadrukkelijk niet aaneengesloten), dat standplaatsen kritisch bekeken moeten worden mede met het oog op eventuele toekomstige ontwikkelingen en dat er rekening moet worden gehouden worden met de behoefte en belangen van gevestigde ondernemers. Ook deze aspecten zijn meegenomen bij de totstandkoming van het standplaatsenbeleid.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Detailhandelsnota
Onderdeel van Nota standplaatsenbeleid gemeente Vlaardingen