Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Uitgangspunten eerder vastgesteld door B&W

Onderdeel van Nota standplaatsenbeleid gemeente Vlaardingen

Op 2 november 2010 zijn door het college van B&W ten behoeve van het standplaatsenbeleid de volgende uitgangspunten vastgesteld: a. Een standplaats is alleen toegestaan bij een winkelgebied, een PDV(Perifere Detailhandelsvestigings)-locatie of recreatiegebied. b. Er worden per (winkel)gebied vaste locaties aangewezen waar standplaatsen zijn toegestaan. De locaties worden op een plattegrond aangegeven die als bijlage bij de nota wordt gevoegd. Hierbij is uitgegaan van de standplaatslocaties 2010. c. Per (winkel)gebied wordt een maximum aantal standplaatslocaties bepaald. d. Per (winkel)gebied vindt een onderverdeling naar branches plaats, waarbij per branche een maximum aantal vergunningen wordt verstrekt. e. Een jaarstandplaats geldt voor maximaal 3 dagen per week per ondernemer per branche en heeft een maximale geldigheid van 1 jaar. f. Een standplaats voor een seizoen geldt voor maximaal 7 dagen per week per ondernemer per branche en heeft een maximale geldigheid van 3 maanden. g. Een tijdelijke standplaats blijft mogelijk voor 1 dag per 6 weken. h. Een standplaats mag op tijdstippen worden ingenomen conform de tijden van de Winkeltijdenwet. i. Er mogen geen standplaatsen worden ingenomen op de aangewezen marktterreinen tijdens de dagen van de weekmarkt. j. Indien bij een herstructureringsgebied een standplaatslocatie betrokken is zal deze standplaats, indien mogelijk, meegenomen worden bij de nieuwe inrichting van het gebied. k. Indien een bestaande standplaatsvergunning niet past in het beleid zal per geval door middel van een overgangsregeling naar een passende oplossing gezocht worden. Ten aanzien van dit op 2 november 2010 door het college van B&W genomen besluit moet worden opgemerkt dat bij de uitwerking van het beleid 2 zaken zijn gewijzigd. Het college heeft besloten om de branchering voor standplaatsen niet toe te passen en hiermee dus te kiezen voor vrije marktwerking en in het beleid is opgenomen dat er geen standplaatsen mogen worden ingenomen tijdens een evenement. Dit betekent dat uitgangspunt d. verdwijnt en dat de uitgangspunten e., f. en i. anders worden omschreven: e. Een jaarstandplaats geldt voor maximaal 3 dagen per week per ondernemer en heeft een maximale geldigheid van 1 jaar. f. Een seizoenstandplaats geldt voor maximaal 7 dagen per week per ondernemer en heeft een maximale geldigheid van 3 maanden. i. Er mogen geen standplaatsen worden ingenomen op de aangewezen markt- en evenemententerreinen tijdens de dagen van de weekmarkt of een evenement.

Rechtspraak bij dit artikel