Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 9

Waardering & afschrijving vaste activa

Onderdeel van FINANCIËLE VERORDENING 2013

1.. Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 2.. De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 3.. De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Aan de vervaardigingprijs worden de betreffende indirecte kosten toegerekend. Als over het tijdvak van vervaardiging rente wordt toegerekend, wordt dat in de toelichting vermeld. 4.. Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk afgeschreven met een maximum van vijf jaar (ex artikel 64 lid 6 BBV provincies en gemeenten). 5.. Op de materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op het investeringsbedrag worden bijdragen van derden afgetrokken. 6.. Nieuwe investeringen in activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden ineens onder aftrek van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan kan alleen bij hoge uitzondering bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering wordt het actief in een zo kort mogelijke periode afgeschreven. 7.. De raad stelt via de kadernotitie afschrijvingsbeleid en waardering van activa ten minsteeens in de 4 jaarspelregels voor het afschrijvings- en activeringsbeleid vast. De in dit artikel vermelde uitgangspunten en de afschrijvingstermijnen worden hierin uitgewerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel