**1..** Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of
vervaardigingsprijs.
**2..** De verkrijgingprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten.
**3..** De vervaardigingprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte
grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de
vervaardiging kunnen worden toegerekend. Aan de vervaardigingprijs
worden de betreffende indirecte kosten toegerekend. Als over het
tijdvak van vervaardiging rente wordt toegerekend, wordt dat in de
toelichting vermeld.
**4..** Immateriële vaste activa worden in principe zo snel mogelijk
afgeschreven met een maximum van vijf jaar (ex artikel 64 lid 6 BBV
provincies en gemeenten).
**5..** Op de materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
gemeenten, wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is
afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op het
investeringsbedrag worden bijdragen van derden afgetrokken.
**6..** Nieuwe investeringen in activa met een meerjarig maatschappelijk
nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten, worden ineens onder aftrek
van bijdragen van derden en bestemmingsreserves ten laste van de
exploitatie gebracht. Hiervan kan alleen bij hoge uitzondering bij
raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering wordt het
actief in een zo kort mogelijke periode afgeschreven.
**7..** De raad stelt via de kadernotitie afschrijvingsbeleid en waardering
van activa ten minsteeens in de 4 jaarspelregels voor het
afschrijvings- en activeringsbeleid vast. De in dit artikel vermelde
uitgangspunten en de afschrijvingstermijnen worden hierin
uitgewerkt.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Waardering & afschrijving vaste activa
Onderdeel van FINANCIËLE VERORDENING 2013