Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien
a. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond;
b. de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken ter delging van zijn schulden en daarmee afspraken vastgelegd in de schuldregelingsovereenkomst niet meer nakomt;
c. verzoeker meerdere keren, zonder geldige reden, niet verschijnt op afspraak met een (schuld-)hulpverlener;
d. op grond van onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan verzoeker is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen;
e. verzoeker zich naar het oordeel van het college ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt;
f. verzoeker in staat wordt geacht om zijn schulden zelf te gaan regelen, al dan niet met behulp van derden, dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren;
g. geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet langer passend is;
h. de inkomens-, woon- of leefsituatie van verzoeker dermate onzeker is geworden dat gemaakte afspraken met verzoeker en of schuldeisers niet meer nagekomen kunnen worden waardoor schuldhulpverlening niet meer mogelijk is;
i. verzoeker niet langer voldoet aan het bepaalde onder artikel 2;
j. verzoeker zelf daartoe een verzoek indient.
Artikel 7
Overige gronden voor beëindiging
Onderdeel van Beleidsregels schuldhulpverlening gemeente Neder-Betuwe