1.
Het bevoegd gezag kan de ontheffing om te vellen
weigeren dan wel onder voorschriften verlenen.
2.
Een ontheffing voor het vellen van een beschermde
houtopstand kan, mits alternatieven voor behoud
uitputtend zijn onderzocht, slechts bij uitzondering
worden verleend indien:
a. een zwaarwegend algemeen maatschappelijk belang
opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde
houtopstand of;
b. naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet
langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of
schade;
c. de alternatieven voor (her)inrichting onmogelijk of
onwenselijk zijn;
d. de lijnvormige beplanting van houtopstanden nog
steeds een functioneel geheel vormt.