Naar hoofdinhoud
1.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 5 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft . Hierbij worden de gezamenlijk inwonende ouders van belanghebbende als één ander aangemerkt. 3.. De toeslag bedoeld in lid 2 van dit artikel wordt met 5% verlaagd voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning twee of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. Hierbij worden de gezamenlijk inwonende ouders van belanghebbende als één ander aangemerkt. 4.. Voor de toepassing van leden 1 tot en met 3 van dit artikel worden, inwonende kinderen van 18 jaar tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten èn/of eeninkomenuitarbeid, welk inkomen voor ieder bedoeldinwonendkind in totaal lager is dan debijstandsnormzoals genoemd in artikel 21 onder a WWB, niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft. 5.. Voor de toepassing van dit artikel wordt de verzorgingsbehoevende die door belanghebbende wordt verzorgd en andersom de verzorgen de, die belanghebbende als verzorgingsbehoevende verzorgt niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel