**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen
tezamen meer bedraagt dan € 22.050 wordt slechts een bekostiging
verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de
kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde
afstand te boven gaan.
**2..** In geval het college in plaats van een bekostiging in geld toe te
kennen het vervoer zelf doet verzorgen, betalen de ouders van een
leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school
voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen
bijdrage die gelijk is aan de kosten van openbaar vervoer over de in
artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer
bedraagt dan € 22.050.
**3..** De kosten van openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid,
betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30 – eerste
lid van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van € 22.050, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt
met ingang van 1 januari 2009 jaarlijks aangepast aan de wijziging
die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers
heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450. Het aangepaste
bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde
bedrag van € 22.050.
**5..** Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie
ingevolge titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.