Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4: › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2010

1.. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers het woord voeren over alle tot het werkterrein van de commissie behorende onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4.. De voorzitter bepaalt wanneer de inspreker het woord kan voeren. 5.. Een inspreker heeft in principe maximaal 5 minuten spreektijd. 6.. De voorzitter bepaalt of en hoe lang naar aanleiding van hetgeen door een inspreker naar voren is gebracht discussie kan plaatsvinden tussen inspreker en commissieleden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel