**1..** Indien een beroep op de WWB door belanghebbende het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan en er geen sprake is van een gedraging die is ingedeeld in een categorie als omschreven in artikel 5 van deze verordening, dan wordt de bijstand verlaagd met inachtneming van de ernst van de gedraging, de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.
**2..** Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
€ 100,00 bij een benadelingsbedrag dat lager is dan € 1.000,00;
€ 200,00 bij een benadelingsbedrag dat groter dan of gelijk is aan € 1.000,00 maar lager is dan € 2.000,00;
€ 400,00 bij een benadelingsbedrag dat groter dan of gelijk is aan € 2.000,00 maar lager is dan € 4.000,00;
€ 1.000,00 bij een benadelingsbedrag dat groter dan of gelijk is aan € 4.000,00;
**3..** In afwijking van artikel 6, lid 2, kan bij het onverantwoord interen van het eigen vermogen een verlaging worden toegepast ter grootte van het maximale bedrag boven de beslagvrije voet over een zodanige periode dat het bedrag van de maatregel gelijk is aan de bijstand die als gevolg van het te snel interen extra is verstrekt.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
Onderdeel van Maatregelenverordening Sociale Zekerheid 2012-A gemeente Drimmelen